Do's & don'ts van een IT-startup

20-06-2013

Merien ten Houten was in de jaren 90 een van de eerste internetondernemers van ons land en richtte de Nederlandse zoekmachine Ilse op. Met Computerworld praat hij over IT-startups en vertelt hij wat je wel en niet moet doen als ondernemer met een tech-idee.

Merien ten Houten was als internetondernemer betrokken bij succesvolle startups als Ilse en Nu.nl en recenter met videosysteem Bits on the Run. Dat transcoding-platform is inmiddels verkocht aan het Amerikaanse LongTail Video – mede opgericht door Eindhovenaar Jeroen Wijering, bekend van JW Player, met wie Ten Houten Bits on the Run begon. Hij is nu zelf ook aandeelhouder van Longtail Video.

Maar hij was ook betrokken bij enkele weinig succesvolle startups en heeft daarom ook in de praktijk geleerd welke dingen niet werken. Behalve internetondernemer is Ten Houten zelf ook startup-coach bij enkele programma’s die mensen helpen hun weg te vinden in het ondernemerschap. Als tech-ondernemer moet je volgens hem niet bang voor zijn voor een mislukking. “Innovatie zonder risico bestaat niet.”

Van studentenclub naar Nederlands nummer één

Eerst een klein stukje geschiedenis. Het begon voor Merien ten Houten allemaal met de computervereniging Interlink op de Hogeschool Eindhoven, waar hij bedrijfskunde studeerde. “Dat was zo rond 1993, 1994 toen internet nog niet zo ingeburgerd was”, blikt de ondernemer terug. Hij en studiegenoot Robert Klep werkten samen met informaticastudent Wiebe Weikamp om een zoekmachine te bouwen.

“We draaiden een eigen server en boden leden een eigen e-mailadres. De search engine die we hadden, belastte de servers nogal.” Toch was de ‘InterLink Search Engine’ (ILSE) de gouden greep in een tijd dat er nauwelijks Nederlandstalige diensten online bestonden. In een paar jaar tijd groeide de zoekmachine van Weikamp, Klep en Ten Houten door en in 1996 had het de capaciteit om meer dan een miljoen Nederlandse pagina’s te doorzoeken.

Google bestond nog niet en andere zoekmachines, als Wireds Hotbot en Altavista, toen van Yahoo, waren vooral op Engelstalige sprekers en websites gericht. Ilse werd razend populair in Nederland, maar genereerde niet veel omzet. Uitgeverij VNU ontfermde zich in 2000 over Ilse, maar kon daarmee geen potten breken.

Het was de bedoeling om de zoekmachine naar de beurs te brengen, maar die plannen werden opgeschort na het barsten van de internetzeepbel – toen de beursgang van het Nederlands internetbedrijf World Online op een ramp uitdraaide – en het verslechterende economische klimaat.

Qua bezoekers viel het nog altijd niet tegen; zelfs in 2001 was Ilse nog de populairste zoekmachine in Nederland, hoewel Google op dat moment al begon aan een stevige – en uiteindelijk onstuitbare – opmars.

Doorgaan of ophouden

Maar er valt wel net zoveel te leren van een onderneming die uiteindelijk niet vatbaar blijkt, als van een succesverhaal. Neem Iphion. Dat bedrijf werd in 2006 geleden geboren toen in de regio Eindhoven kabelaars een tijdje daarvoor besloten enkele televisiekanalen uit het zenderpakket te trekken.

Dit soort wijzigingen in het zenderpakket wordt gemaakt door een programmaraad dat op ondoorzichtige wijze beslissingen neemt over het regionale aanbod dat kabelaars moeten voeren. Ten Houten vond dit soort fratsen niet meer kunnen in het internettijdperk en richtte samen met onder meer zijn vroegere partner in crime Robert Klep het bedrijf Iphion op.

Het idee was om mensen een pluspakket te geven bovenop de basisbundel die ze al afnamen bij een kabelbedrijf. Iphion leverde eigen kastjes, voorzien van technologie van NXP, waarmee klanten hun extra tv-zenders in huis konden halen. Het idee leek goed op papier, maar bleek in de praktijk lastig te realiseren.

“De tv-distributie ging via een set-top box die deels was afgedwongen door rechthebbenden die een vorm van DRM eisten”, vertelt Ten Houten. “We konden geen over-the-top videodiensten afleveren en alleen besloten netwerken gebruiken.”

Dat beperkte de plannen voor tv-distributie die Ten Houten en Klep voor ogen hadden. “Je krijgt te maken met een groot ecosysteem aan producenten, providers en rechthebbenden. Dat is behoorlijk lastig voor een klein bedrijf en achteraf gezien hadden we er misschien eerder mee moeten ophouden.”

Toen Iphion eind vorig jaar failliet ging, trok een aantal contentleveranciers de stekker uit het project, waardoor een aantal klanten zonder televisie kwam te zitten, zo meldde Emerce. Het Nederlandse Your.TV nam enkele maanden geleden Iphion over.

Loslaten of verder bouwen

“Je moet niet te negatief over mislukking denken”, zegt de startup-coach. “Je kunt als startende IT-ondernemer niet bang zijn om te mislukken, want dat hoort er gewoon bij. Innovatie zonder risico bestaat niet. Als iets niet blijkt te werken, stap je over op iets anders. En dat is zeker moeilijk. Het is toch vaak je kindje en sommige mensen willen niet accepteren dat het tijd is om los te laten.”

Je kunt ook verder bouwen op wat je hebt. Een praktisch voorbeeld daarvan is de ontstaansgeschiedenis van Nu.nl, waar Ten Houten mee begon in de tijd dat Ilse groot was. “In die tijd had je nog geen grote Nederlandse nieuwsbronnen online. Kranten deden wel wat, maar voornamelijk zag je spelers als Teletekst. En dat was vluchtig en beknopt.”

Ten Houten zag daarom ruimte voor een nieuwe portal. “Mijn vader was journalist, dus ik had wel wat met nieuws.” Nieuwsportal Nu.nl ging vervolgens in 1999 live. “We plaatsten de headlines door op Ilse.nl. Omdat dit toen de populairste site van Nederland was, werd Nu.nl ook snel de populairste nieuwssite. En dat is eigenlijk altijd zo gebleven."

Hoe je een startup begint

Zelfs als je een goed idee hebt voor een tech-onderneming, is het belangrijk om hulp te zoeken, adviseert Ten Houten. “Je kunt het niet in je eentje, dus zorg dat je talent erbij zoekt.” Denk bijvoorbeeld aan een technicus, een bedrijfskundige en iemand die verstand heeft van marketing. “Zoek een ervaren ondernemer die je bij het project kunt trekken.” Met een wat breder team zorg je dat je onderneming beter van de grond komt.

Vervolgens is de vraag: is er een markt voor dit product? Heel veel startups proberen hun ideeën uit door ze voor te leggen aan een testpubliek. “Dat doet overigens niet iedereen. Een BMW en Apple houden hun plannen juist zoveel mogelijk intern”, vertelt Ten Houten. Maar vooral startups proberen eerst te kijken of er vraag is.

“Als je mensen de vraag voorlegt, is het belangrijk om die helder te stellen”, adviseert de internetondernemer. “Vraag niet ‘wat wil je?’, maar eerder ‘wil je dit?’ Dat idee moet goed uit te leggen zijn. Als je meer dan drie zinnen nodig hebt om te vertellen wat het is, dan is er iets niet goed.”

Het testen van de markt is vooral voor een internetonderneming geen groot probleem, legt hij uit. “Je doet dat gewoon via een website. Je maakt een simpele landingspagina waarop je uitlegt wat je idee is. Daarop geef je mensen de optie om op de hoogte te worden gehouden. Dat is een snelle manier om interesse voor je plan te peilen.”

Een andere manier voor techneuten met minder ondernemingservaring om een goed beeld te krijgen van alle (on)mogelijkheden is een startup-programma. “Er zijn verschillende projecten waarbij mensen bijvoorbeeld een weekend, of langer, worden gecoacht met hun idee”, legt Ten Houten uit. “Bij een programma als startupweekend worden mensen van hun idee naar de protoypefase begeleid.”

Een intensievere optie is Startupbootcamp, waarbij deelnemers van de conceptfase en prototype naar een onderneming worden geleid. Een programma als HighTechXL in Eindhoven biedt mensen een half jaar om een tech-onderneming uit de grond te stampen. Van de duizenden kandidaten die zich aanmelden, worden er na een afvalrace 10 toegelaten. De organisatie stelt dat 85 procent van de startups die hebben meegedaan nog steeds actief zijn en dat 70 procent zelf nieuwe investeerders heeft aangetrokken.

Geld binnenhalen

Als er eenmaal een prototype is, wordt het tijd om investeringen te doen. De prototypefase kan al duur genoeg zijn. De startup-coach vertelt dat veel ondernemers de eerste periode bootstrappen: bezuinigen op privégebied om zoveel mogelijk zelf te financieren. “Dat is te doen, vooral als je een internetonderneming start, omdat je daar minder in hoeft te investeren.” Het grootste voordeel daarvan is dat je alle aandelen zelf in bezit houdt.

Een internetidee is volgens hem vanwege die flexibiliteit van het cloudtijdperk ook makkelijker op poten te zetten. “Vroeger had je een basisinvestering nodig voor bijvoorbeeld de servers. Tegenwoordig hoef je geen fysieke hardware meer aan te schaffen, maar huur je dat online.” Bovendien is het huren van online serverruimte schaalbaar. “Als het populairder wordt, koop je er meer capaciteit bij.”

Ook crowdfunding begint steeds meer in zwang te raken. “Een financieringsmethode als Kickstarter is natuurlijk hip momenteel." Bij Kickstarter doneren mensen geld in ruil voor bijvoorbeeld informatie over de voortgang of om het product als eerste in bezit te krijgen. "Het voordeel daarvan is dat je meteen klanten creëert die een binding hebben met het bedrijf.”

Andere opties zijn onder meer door te kijken naar familieleden die wel oren hebben naar je onderneming en particulieren die willen investeren. Ook zijn er subsidies te vinden, zoals bij een incubatorfonds dat geld uitreikt aan jonge startups.

Het ondernemerschap is niet altijd even makkelijk. Voor iedere Ilse en Nu.nl kent Merien ten Houten een Iphion of Secoin. Maar hij stelt dat het starten van een tech-onderneming ondanks dat een boeiende ervaring is. “Ik kan het ondernemerschap iedereen aanraden. Het is veel werk, maar een beetje aanklooien is eigenlijk wel het leuke van een startup.” Hij hoopt zijn kennis en ervaring in deze business in de toekomst ook eens bij een groot bedrijf te kunnen toepassen.

ComputerWorld  Henk-Jan Buist

Index